De Eerste Kamer moet nog veel ingewikkelder

I

Gemopper over de Eerste Kamer is van alle tijden. De laatste paar jaar zijn de klachten alleen wel 180 graden gedraaid. Stond de senaat eerst te ver van de burger af en stelde hij politiek te weinig voor (de term “slaapkamer” viel regelmatig), nu is hij juist “te politiek” geworden. Het is ook nooit goed!

Toch hebben de klagers een punt. Vergelijk de NOS-uitslagenavond van vorige week woensdag eens met die van de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 – een mooi potje zoek-de-tien-verschillen. De voorspelde zetelverdelingen, het slotdebat, het gepuzzel met meerderheden: wie als leek beide uitzendingen achter elkaar zou bekijken, zou na afloop niet vermoeden dat de twee Kamers überhaupt van elkaar verschillen. Door de wankele positie van het huidige kabinet worden de verschillen inderdaad steeds kleiner.

II

Er gaan dan ook veel stemmen op om de Eerste Kamer helemaal maar af te schaffen; wat heb je aan twee Kamers die zich vrijwel hetzelfde gedragen, en elkaar door hun verschillende samenstellingen vooral in de weg zitten? Zo ver wil ik niet gaan. De Eerste Kamer heeft een belangrijke taak: íemand moet wetsvoorstellen grondig inhoudelijk doorlichten, en er een streep doorheen halen als ze niet deugen. Die rol kun je niet overlaten aan de Raad van State of aan een “Constitutioneel Hof” – de bevoegdheden van de wetgevende macht horen nou eenmaal niet thuis bij de (ongekozen!) rechtsprekende macht.

Houden dus, die Eerste Kamer. Maar hoe zorgen we er dan voor dat hij zich weer meer gaat gedragen als een “Raad van State met bindende adviezen” in plaats van een “Tweede Kamer met minder leden”?

Ik zie maar één oplossing: de Eerste Kamerverkiezingen moeten ingewikkelder. We moeten zo’n complex systeem in elkaar zetten dat ze het zelfs in België te onoverzichtelijk zouden vinden. Alle dynamiek moet eruit. De afstand tot de burger – en daarmee tot de wereld van televisiedebatten, uitslagenavonden, peilingen en landelijke campagnes, oftewel de “waan van de dag” – moet groter, niet kleiner.

III

Hoe gaan we dat aanpakken? Spreiding is het toverwoord – spreiding in de tijd, om te beginnen met de Provinciale Statenverkiezingen. We hebben twaalf provincies; Statenleden worden voor vier jaar gekozen; er kan dus elke vier maanden één provincie naar de stembus.

Die Statenleden mogen dan vervolgens ook weer op verschillende momenten hun stem uitbrengen voor de Eerste Kamer. Tot 1983 hadden we een mildere versie van dit systeem: toen koos steeds de helft van de provincies de helft van de senatoren. In 1983 werd ook de termijn van senatoren ingekort, van zes naar vier jaar – draai dat terug.

Laat verder een deel van de Eerste Kamer niet door Statenleden, maar door gemeenteraadsleden kiezen. Daar valt heel wat voor te zeggen: de gemeenten zijn als bestuurslaag veel belangrijker dan de provincies. Als de raadsverkiezingen dan net als de Statenverkiezingen onderling uit de pas gaan lopen, en de “Eerste Kamerverkiezingen voor raadsleden” óók, is het feest compleet.

De samenstelling van de Eerste Kamer zal dan heel traag veranderen, met hooguit vijf of zes zetels tegelijk. De zetelverdeling is dus geen momentopname meer van de politieke actualiteit (“waan van de dag”), maar een soort schuivend gemiddelde over een langere periode. Grote verschuivingen die het een kabinet in één klap veel moeilijker kunnen maken, zijn ook niet meer mogelijk.

Ondertussen is de Eerste Kamer nog net zo democratisch als in de huidige situatie (want nog steeds gekozen door de gekozenen) en dus bevoegd om wetgevende macht uit te oefenen.

IV

Als gemeentelijke en provinciale verkiezingen niet meer allemaal tegelijk worden gehouden, maar één voor één, zou dat nog een probleem oplossen: die verkiezingen worden dan niet meer “gekaapt” door de landelijke politiek, zoals nu steeds gebeurt. De raadsverkiezingen in Gouda kunnen over Goudse kwesties gaan, de Statenverkiezingen in Zeeland over Zeeuwse. Het effect op de landelijke politiek blijft beperkt tot een minieme rimpeling bij de Eerste Kamerverkiezingen, maanden of jaren later, slechts zichtbaar voor verwoed rekenende partijstrategen.

We houden dan (als je het Europees Parlement niet meerekent) één landelijke verkiezing over. Eén moment dat we allemaal tegelijk naar de stembus gaan, dat het circus van lijsttrekkers, lijstduwers, campagnestrategen, campagnevrijwilligers, debatleiders en opiniepeilers mag schitteren. Dat zijn de Tweede Kamerverkiezingen – en zo hoort het ook.

 

Advertisements
This entry was posted in Netherlands, Politics. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s